| Diersoort: |
Rode Reuzenkangoeroe ( Macropus rufus ) |
 |
| Familie: |
Kangoeroeachtigen ( Macropodidae ) |
| Orde: |
Buideldieren ( Diprotodontia ) |
| Klasse: |
Zoogdieren ( Mammalia ) |
|
| Biotoop: |
Reuzenkangoeroes leven bij voorkeur op droog en open terrein
waar ze in groepjes rondtrekken, doorgaans van zes tot twaalf
stuks, maar soms zijn het er wel tegen de honderd. De grijze
soort prefereert bosachtig terrein. |
| Verspreidingsgebied: |
De reuzenkangoeroe leeft, behalve in het uiterste noorden,
over heel Australië. |
| Gem. grootte: |
Lengte: 2,30-2,85 m |
| Gem. gewicht: |
50-90 kg |
| Draagtijd: |
Ongeveer 35 dagen |
| Jongen / worp: |
1 jong per worp |
| Leefgewoontes: |
De dag wordt rustend in de schaduw doorgebracht. Tegen
schemeringstijd gaan ze op zoek naar voedsel. Met de lange
achterpoten kunnen ze grote sprongen maken, tijdens de vlucht
zes tot acht meter ver en wel twee tot drie meter hoog, met een
snelheid van zeker 40 à 50 kilometer per uur, over korte afstand
zelfs bijna 90. |
| Speciale eigenschap: |
De kleine voorpootjes worden gebruikt om voedsel mee op te
pakken en tijdens het eten mee vast te houden. Ook graven ze
ermee naar ondergrondse plantendelen en naar water. |
| Voedsel in de natuur: |
Planten, bladeren, gras, knollen en wortels |
| Voedselin de zoo: |
water,luzernehooi, grashooi en gras, harde
groenten en fruit, zoals wortelen, zoete aardappelen, appel,
maïs en kant-en-klare pellets. |
|